You're Javascript is disabled. Please enable it!

Bewegingstraagheid (bradykinesie)

Bij veel parkinsonismen verlopen bewegingen steeds trager. Allerlei handelingen kosten daardoor steeds meer moeite en tijd. Wat kunt u doen om de gevolgen hiervan te beperken?

Verschijnselen

  • SE_12_05_24_40.jpgBij parkinsonismen gaan de bewegingen langzamer (bradykinesie, (brady= langzaam, kinesie = beweging) en maakt u minder makkelijk spontane bewegingen (hypokinesie (hypo = te weinig).
  • In het begin voelen mensen vaak ‘slappe spieren’ of voelden de armen en benen ‘rubberachtig’ aan. De spierkracht gaat in eerste instantie niet achteruit, maar de spieren reageren niet zo snel en soepel meer.
  • Het is vaak moeilijk om op gang te komen met een beweging (startproblemen).
  • Automatische bewegingen doet u niet meer ‘als vanzelf’. U moet ze bewust uitvoeren. Voorbeelden zijn lopen, gaan zitten of opstaan, omrollen in bed en schrijven. Onbewuste bewegingen zoals de keel schrapen of van houding veranderen maakt u minder dan voorheen.
  • Hetzelfde geldt voor het knipperen met uw ogen en het slikken. Hierdoor kunt u droge ogen krijgen en kunnen ze branderig of rood worden. Er bestaat dan gevaar voor ontsteking. Omdat u weinig slikt, blijft er veel speeksel in uw mond. Hierdoor kunt u speeksel verliezen. Ook opvallend is een verminderde armzwaai bij het lopen. Dit komt soms aan één kant voor (bij de stijfste arm). Mensen met een parkinsonisme zitten vaak ook veel stiller dan anderen.
  • Allerlei handelingen kost meer moeite en tijd, zeker de fijne bewegingen, zoals schoenveters strikken, bladzijden omslaan, overhemdknoopjes vastmaken. Ook uw handschrift kan veranderen: de letters worden onvast en kleiner (vaak in het verloop van een regel). Op den duur kan het moeilijk leesbaar worden (micrografie; micro = klein, grafie = schrift).
  • Het is ook moeilijker om bewegingen te veranderen, omdat uw spieren trager reageren. Voorbeelden zijn: heen en weer gaande bewegingen zoals slagroom kloppen, tandenpoetsen of stoppen met lopen als u op gang bent gekomen. Ook is het moeilijk om twee dingen tegelijk te doen.
  • U gaat moeizamer lopen. U kunt moeite hebben om op gang te komen of te stoppen, nadat u eenmaal op gang bent gekomen. Bovendien moet u de passen bewuster uitvoeren: ze gaan niet meer ‘vanzelf’. Verder kan het evenwicht verstoord zijn, waardoor u moet oppassen dat u niet valt.

“Ik erger me wel eens aan mezelf, omdat ik zo sloom ben. Kom op, denk ik dan, schiet nou een keer op. Maar dat gaat dus niet. Nou ja, het heeft ook niets met sloomheid te maken, het is gewoon MSA…”

Wat kunt u zelf doen?

Hoewel de klacht zelf niet overgaat kunnen de vervelende gevolgen ervan wel beperkt worden.

  • Doe oefeningen onder begeleiding van de logopedist, ergotherapeut en fysio- of oefentherapeut (zie hierna).
  • Plan en neem voldoende tijd voor een handeling of activiteit. Onder tijdsdruk zal een handeling meer moeite kosten.

Wat kan de hulpverlening doen?

  • Als uw ogen droog zijn kan de oogarts bepaalde oogdruppels (kunsttranen) voorschrijven.
  • Logopedie kan helpen bij problemen met spreken, slikken en speekselverlies.
  • Het is aan te raden de hulp van een ergotherapeut in te schakelen. Hij of zij kan u leren met bewegingstraagheid om te gaan. Ook kan hij of zij u adviseren over hulpmiddelen. Bij problemen met het handschrift kan het schrijven met een verdikte pen helpen. Ook het schrijven van blokletters en het optillen van de pen na elke letter maken het handschrift duidelijker en van normale grootte.
  • Bij een klein deel van de mensen werken parkinson-medicijnen. Zie hiervoor de informatie onder ‘stijfheid’.
  • Ook fysiotherapie en oefentherapieën Cesar en Mensendieck kunnen u helpen met bewegingsproblemen.