You're Javascript is disabled. Please enable it!

Medicijnen: overzicht

De verschillende groepen medicijnen hebben elk hun eigen werking en bijwerkingen. Hier vindt u een overzicht.

Welke medicijnen worden hier beschreven?

IS_149.jpgHieronder vindt u aanvullende informatie over de medicijnen zelf. Per groep medicijnen (SSRI’s, TCA’s, antipsychotica) vindt u:

  • een korte beschrijving
  • een lijst met verkrijgbare medicijnen uit de betreffende groep
  • de belangrijkste bijwerkingen
  • eventuele bijzonderheden

Medicijnen worden ingedeeld in groepen

De meeste medicijnen behoren tot een bepaalde groep van medicijnen. Dit gebeurt op basis van hoe ze in het lichaam werken, het werkingsmechanisme. Dit betekent dat alle medicijnen uit een groep ongeveer hetzelfde effect hebben. Ze hebben ook ongeveer dezelfde bijwerkingen en bijzonderheden. Wel is het zo dat zowel de werking als de bijwerkingen sterk kunnen verschillen van persoon tot persoon.

De naamgeving van medicijnen

Medicijnen hebben meestal verschillende namen. Dit komt door het onderscheid tussen de naam van de werkzame stof en de merknaam (de naam die de fabrikant er zelf aan geeft). Vaak zijn er meerdere merknamen, omdat verschillende fabrikanten een bepaald medicijn maken en dit onder hun eigen merknaam verkopen. Soms worden medicijnen merkloos verkocht: de merknaam is in dat geval dezelfde als die van de werkzame stof.

Wij gebruiken meestal alleen de naam van de werkzame stof, altijd geschreven met een kleine letter. In de lijsten voegen we tussen haakjes en met een hoofdletter de merknamen toe.

SSRI’s (serotonineheropnameremmers)

Korte beschrijving

SSRI’s heten voluit serotonineheropnameremmers. Serotonine is een stof die onder andere in de hersenen betrokken is bij angstgevoelens, maar ook bij de stemming in het algemeen en bij seksuele gevoelens.

Overzicht

  • citalopram (Citalopram, Cipramil®)
  • escitalopram (Escitalopram, Lexapro®)
  • fluoxetine (Fluoxetine, Prozac®)
  • fluvoxamine (Fevarin®, Fluvoxamine)
  • paroxetine (Paroxetine, Seroxat®)
  • sertraline (Zoloft®, Sertraline)
  • venlafaxine (Efexor®, venlafaxine)

Belangrijkste bijwerkingen

  • Vooral in het begin komen maagdarmklachten, hoofdpijn, rusteloosheid/nervositeit, slapeloosheid en beven regelmatig voor. Bij maagdarmklachten kunt u denken aan misselijkheid, overgeven, maag- en darmkrampen, diarree, obstipatie en gebrek aan eetlust. Deze klachten gaan na een tijdje meestal over.
  • Seksuele klachten komen ook voor. Hierbij kan het bij mannen en vrouwen gaan om een verminderd seksueel verlangen, het niet meer kunnen bereiken van een orgasme of een vertraagd orgasme. Er kunnen ook stoornissen zijn in de opwindingsfase. Mannen kunnen erectieproblemen krijgen, vrouwen kunnen problemen hebben met het vochtig worden van de vagina. Dit zijn meestal bijwerkingen die niet vanzelf overgaan na het tijdje. Neem daarom contact op met de arts als u er last van heeft.

Bijzonderheden

  • De werking van SSRI’s wordt pas na enkele weken merkbaar. Omdat bijwerkingen meteen kunnen optreden, kan het dus zijn dat u aanvankelijk vooral last van deze medicijnen heeft. Om bijwerkingen zoveel mogelijk te voorkomen wordt met een lage dosis gestart. Afhankelijk van uw reactie wordt deze dosis stapsgewijs opgehoogd, totdat een goede werking - zonder teveel bijwerkingen - is verkregen.
  • SSRI’s kunnen de werking van andere medicijnen beïnvloeden (en andersom): overleg daarom altijd met uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor medicijnen die u zonder recept kunt kopen, zoals ibuprofen en St. Janskruid.
  • Stop nooit op eigen houtje met SSRI’s, omdat hierdoor vaak ‘onttrekkingsverschijnselen’ ontstaan. Deze beginnen één tot vier dagen na het stoppen en kunnen drie weken aanhouden. Klachten die kunnen voorkomen zijn moeheid, spierpijn, inslaapproblemen, beven of trillen, prikkelbaarheid en tintelingen. U moet onder begeleiding van een arts de medicijnen geleidelijk afbouwen, zodat u deze klachten voorkómt.
  • De combinatie van een SSRI met een TCA, een MAO-remmer of venlafaxine wordt afgeraden vanwege de kans op het zeldzame, maar ernstige ‘serotonine­syndroom’. Dit geldt ook voor de combinatie van een SSRI met St. Janskruid dat als middel tegen depressie wordt verkocht. Het serotoninesyndroom bestaat uit een aantal klachten: misselijkheid, diarree, overmatig transpireren, sufheid, spiertrekkingen, beven en trillen, slaapstoornissen, verminderde eetlust, bewustzijnsstoornissen, verwardheid en onrust.

TCA’s (tricyclische antidepressiva)

Korte beschrijving

TCA’s heten voluit tricyclische antidepressiva. Ze werken op twee stoffen, serotonine en noradrenaline. Deze stoffen spelen in de hersenen een rol bij onder meer angstgevoelens.

Overzicht

  • clomipramine (Clomipramine)
  • imipramine (Imipramine)

Belangrijkste bijwerkingen

  • Bijwerkingen die veel voorkomen zijn een droge mond, verstopping (obstipatie), moeilijk plassen, versnelde hartslag, verwardheid, opwinding (agitatie), moeite met het scherpstellen van de ogen (accommoderen).
  • In de eerste weken kan ook een plotseling verlaagde bloeddruk ontstaan, bijvoorbeeld bij het opstaan: u wordt dan duizelig en kunt vallen. Dit gebeurt vooral bij mensen die hartproblemen hebben.
  • Ook seksuele problemen kunnen voorkomen. Bij seksuele klachten kan het bij mannen en vrouwen gaan om een verminderd seksueel verlangen, het niet meer kunnen bereiken van een orgasme of een vertraagd orgasme. Er kunnen ook stoornissen zijn in de opwindingsfase. Mannen kunnen erectieproblemen krijgen, vrouwen kunnen problemen hebben met het vochtig worden van de vagina.
  • Een bijwerking kan ook zijn dat u zwaarder wordt. Dit komt omdat u door deze medicijnen meer eetlust krijgt. 

Bijzonderheden

  • De werking van TCA’s wordt - net als bij SSRI’s - pas na enkele weken merkbaar. Omdat bijwerkingen meteen kunnen optreden, kan het dus zijn dat u aanvankelijk alleen maar last van deze medicijnen heeft. Om bijwerkingen te voorkómen wordt met een lage dosis gestart. Afhankelijk van uw reactie wordt deze dosis geleidelijk opgehoogd, totdat een goede werking - zonder teveel bijwerkingen - is verkregen.
  • Stop nooit op eigen houtje met TCA’s, omdat hierdoor vaak ‘onttrekkingsverschijnselen’ ontstaan. Deze beginnen één tot vier dagen na het stoppen en kunnen drie weken aanhouden. Klachten die kunnen voorkomen zijn moeheid, spierpijn, inslaapproblemen, beven of trillen, prikkelbaarheid en tintelingen. U moet onder begeleiding van een arts de medicijnen geleidelijk afbouwen, zodat u deze klachten voorkómt.
  • De combinatie van een TCA met een SSRI, een MAO-remmer of venlafaxine wordt afgeraden vanwege het zeldzame, maar ernstige ‘serotonine­syndroom’. Dit geldt ook voor de combinatie van een TCA met St. Janskruid dat als middel tegen depressie wordt verkocht. Het serotoninesyndroom bestaat uit een aantal klachten: misselijkheid, diarree, overmatig transpireren, sufheid, spiertrekkingen, beven en trillen, slaapstoornissen, verminderde eetlust, bewustzijnsstoornissen, verwardheid en onrust.

Antipsychotica

Korte beschrijving

Mensen met een psychose hebben wanen en hallucinaties. Bij dwang is daar geen sprake van. Toch kunnen middelen tegen psychose helpen omdat ze het effect van andere, angstverminderende medicijnen blijken te versterken.

Overzicht

  • haloperidol (Haldol®, Haloperidol)
  • olanzapine (olanzapine, Zyprexa®)
  • risperidon (Risperdal®, Risperidon)
  • quetiapine (Quetiapine, Seroquel®)

Belangrijkste bijwerkingen van risperidon en haloperidol

  • Droge mond, wazig zien, duizeligheid komen regelmatig voor.
  • Ook bewegingsstoornissen komen vrij vaak voor, vooral in het begin: spiertrekkingen, moeite met praten en slikken, spierstijfheid, beven, kauwbewegingen maken.
  • Soms, vooral in het begin: hoofdpijn, verwardheid, duizeligheid, sufheid en slaperigheid.
  • Antipsychotica kunnen seksuele klachten veroorzaken, vooral minder zin hebben in seks.

Belangrijkste bijwerkingen van quetiapine

  • Gewichtstoename. Dit komt omdat u meer eetlust krijgt en omdat de stofwisseling verandert.
  • Soms, vooral in het begin: hoofdpijn, verwardheid, duizeligheid, sufheid en slaperigheid.

Belangrijkste bijwerkingen olanzapine

  • Gewichtstoename. Dit komt omdat u meer eetlust krijgt en omdat de stofwisseling verandert.
  • Droge mond, keelpijn, verstopte neus en slikklachten
  • Droge ogen en wazig zien, doordat u minder traanvocht aanmaakt.
  • Verstopping en plasproblemen.

Bijzonderheden

  • Stop nooit op eigen houtje met antipsychotica. Hierdoor kunnen onttrekkingsverschijnselen ontstaan: bewegingsstoornissen, hoofdpijn, slapeloosheid, misselijkheid, braken, angst en gebrek aan eetlust. U moet onder begeleiding van een arts u de medicijnen geleidelijk afbouwen, zodat u deze klachten voorkómt.
  • Uw concentratie- en reactievermogen kunnen verminderen. Dit kan van invloed zijn op allerlei dagelijkse bezigheden, zoals autorijden of het bedienen van (zware) machines.